Rb. Rotterdam 25 januari 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:374
ACM heeft PostNL in 2015 een last onder dwangsom opgelegd die er voor zover van belang toe strekt dat PostNL wordt gelast: - af te zien van het in rekening brengen van een toeslag in verband met de aanwezigheid van meerdere afzenderadressen op door postvervoerbedrijven bij PostNL aangeleverde poststukken in het kader van door hen afgenomen partijenpostdiensten; - bij het verlenen van partijenpostdiensten aan andere postvervoerbedrijven geen onderscheid te maken op basis van het criterium dat een aangeleverde partij post al dan niet bestaat uit poststukken van verschillende afzenderadressen. In bezwaar worden deze twee lastonderdelen door ACM gehandhaafd. In verband met een uitspraak van het CBb van 8 november 2016 in een vergelijkbare eerdere zaak heeft ACM aanvullend onderzoek verricht en een nieuwe beslissing op bezwaar genomen die voorziet in een aanvullende motivering waarom beide lastonderdelen worden gehandhaafd. Naar het oordeel van de rechtbank was ACM bevoegd tot het doen van nader onderzoek naar de door PostNL ingeroepen objectieve rechtvaardigingsgronden voor het hanteren van een toeslag van € 0,10 per poststuk met meerdere afzendadressen en het aanbieden van de dienst Diverse Afzenderadressen (DivA), waarvoor een opslag van 15% ten opzichte van de tarieven voor de dienst Partijenpost Gemengd (PPG) geldt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft ACM met haar nadere onderzoek afdoende aangetoond dat het beroep op het bpost-arrest niet opgaat omdat de partijgroottekorting van de dienst PPG geen kwantumkorting is waarmee de vraag wordt aangewakkerd als bedoeld in het bpost-arrest. Voorts is de rechtbank van oordeel dat ACM met nader onderzoek afdoende heeft aangetoond dat er geen relevant verschil in bewerkelijkheid is tussen gemengde postpartijen van zakelijke klanten en gemengde postpartijen die worden aangeleverd door andere postvervoerbedrijven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft ACM de twee lastonderdelen op goede gronden opgelegd en gehandhaafd.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1818
- ABRvS 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1819
- ABRvS 21 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3388
- CBb 8 november 2016, ECLI:NL:CBB:2016:311
- Rb. Rotterdam 4 februari 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:823
- Rb. Rotterdam 10 september 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:6445
- HR 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1117
- ABRvS 25 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:917
- CRvB 19 oktober 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AU5221
- CBb 30 maart 2004, ECLI:NL:CBB:2004:AO7741
- CRvB 25 juli 2003, ECLI:NL:CRVB:2003:AL1628
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2008:141
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2014:2302
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2015:77