Rb. Rotterdam 15 februari 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:1042

Misbruik van recht. Wraking. Veroordeling van eiser in de proceskosten. Bij de beantwoording van de vraag of in de hiervoor liggende gevallen sprake is van misbruik van recht kan – anders dan eiser betoogt – mede acht worden geslagen op het eerdere procedeergedrag van eiser (vergelijk bijvoorbeeld ABRvS 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:157). De rechtbank stelt vast dat eiser in de onderhavige zaken en andere Wob-zaken zeer omvangrijke verzoeken tot openbaarmaking heeft gedaan. Omdat eiser nimmer gevolg aan oproepen ter zitting te verschijnen en verweerders standpunt in deze zaken duidelijk is heeft de rechtbank onder toepassing van de zogenoemde antwoordkaartmethode partijen bericht dat een zitting achterwege zal blijven tenzij partijen binnen vier weken alsnog om een zitting verzoeken. Binnen die termijn heeft eiser meegedeeld dat hij niet instemt met het achterwege laten van een zitting in deze zaken. Eiser is anders dan verweerder, die niet om een zitting heeft verzocht, niet op de zitting verschenen. De rechtbank ziet in deze handelwijze van eiser de bevestiging van het standpunt van verweerder dat eiser er alles aan doet om zich ontwrichtend te gedragen jegens verweerder en ieder gesprek over zijn handelwijze en motieven uit de weg gaat. Indien eiser daadwerkelijk zou hebben willen vaststellen of sprake is van valsheid in geschrifte of meineed, dan zou het veeleer in de rede hebben gelegen dat eiser zou zijn verschenen op hoorzittingen bij de commissie en dat hij zou zijn ingegaan op uitnodigingen voor gesprekken bij de burgemeester en de gemeentesecretaris, die immers, gelet op artikel 59a van de Gemeentewet, de beslissingen op bezwaar hebben ondertekend. Dat het eiser niet daadwerkelijke om kennisname van de gevraagde informatie is te doen volgt naar het oordeel van de rechtbank verder uit de omstandigheid dat eiser ook rechtsmiddelen instelt in die gevallen waarin hij de gevraagde stukken krijgt toegezonden en dat hij nimmer gebruik heeft gemaakt van de geboden mogelijkheid stukken bij verweerder in te zien. Naar het oordeel van de rechtbank kan de wijze waarop gebruik is gemaakt van de wrakingsbevoegdheid bijdragen aan het oordeel dat sprake is van misbruik van recht. Ook het tijdstip van indiening van eisers wrakingsverzoek in deze zaken versterkt bij de rechtbank het beeld dat het eiser erom te doen is de afdoening van zijn zaken door de rechtbank te frustreren en het hem niet is te doen om de openbaarmaking van overheidsinformatie. Verweerder heeft verzocht eiser in de proceskosten te veroordelen. Uit artikel 8:75, eerste lid, derde volzin, van de Awb volgt dat een natuurlijke persoon slechts in de proceskosten kan worden veroordeeld in geval van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. Eiser heeft daartegen in gebracht dat verweerder geen proceskosten heeft gemaakt omdat de vertegenwoordiger van verweerder niet bij verweerder in dienst is, maar door verweerder wordt ingehuurd met het oog op de afdoening van de vele zaken van eiser tegen verweerder. Anders dan eiser stelt brengt dit juist met zich dat verweerder in deze procedures kosten maakt door het inhuren van een externe gemachtigde. Nu de rechtbank heeft geoordeeld dat sprake is van misbruik van recht, ziet de rechtbank aanleiding het verzoek van verweerder in te willigen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken