Rb. Rotterdam 29 augustus 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:6653
Verzocht is om een voorlopige voorziening in verband met de (voorwaardelijke) intrekking van de vergunning voor het gebruik van frequentieruimte ten behoeve van niet-landelijke commerciële radio-omroep en het per 1 september 2017 niet verlengen (FM) en niet verlenen (digitaal) van vergunning. Vaststaat dat verweerder herhaaldelijk heeft vastgesteld dat verzoekster diverse vergunde frequenties niet in gebruik had en dat verzoekster – zonder succes – is gelast om de tekortkomingen op te heffen. Ook nadien is wederom geconstateerd dat verzoekster diverse vergunde frequenties niet in gebruik had. Daarmee staat vast dat is voldaan aan de intrekkings- en weigeringsgronden van de artikelen 3.18, tweede lid, en 3.19, tweede lid, van de Tw, gelezen in samenhang met artikel 2, tweede lid, van de vergunningvoorschriften.
De uitspraak op rechtspraak.nl