Rb. Rotterdam 22 juni 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:4648
Bij het bestreden besluit zijn de bezwaren van eiser tegen het besluit, waarbij ACM heeft vastgesteld dat eiser artikel 25i, eerste lid, Mw heeft overtreden bij de dienstverlening aan de Peruaanse marine ter ondersteuning van de ferryvlucht die heeft plaatsgevonden van 17 tot en met 20 november 2014, ongegrond verklaard. De activiteit die thans voorligt moet naar het oordeel van de rechtbank worden aangemerkt als een economische activiteit in de zin van artikel 25i Mw. De Wet markt en overheid is van toepassing. Het betoog van eiser dat, mocht de Wet markt en overheid van toepassing zijn, de uitzondering van artikel 25h, tweede lid, ook van toepassing is, slaagt niet. Eiser heeft ter zitting erkend dat niet tenminste de integrale kosten zijn doorberekend. Sprake is van een overtreding van artikel 25i, eerste lid, van de Mw, omdat niet tenminste de integrale kosten zijn doorberekend. Het bestreden besluit kan stand houden. Eisers beroep daartegen is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl