Rb. Rotterdam 22 maart 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:2443
Verzetzaak. Contractenrechtelijke betalingsvordering Nederlands bedrijf tegen Colombia wegens verleende diensten aan Colombiaans consulaat in Amsterdam. Immuniteit van jurisdictie. (Anticiperende) toepassing van Convention on Jurisdictional Immunities of States and their Properties van de Verenigde Naties van 2 december 2004. Ter onderbouwing van het immuniteitsverweer betwist Colombia het bestaan van de gestelde overeenkomst, zodat volgens haar de ‘commerciële transactie’-uitzondering van art. 10 van dit VN-verdrag niet opgaat. De rechtsmacht van de Nederlandse rechter ex art. 6(a) en art. 6a Rv wordt om deze zelfde reden betwist. Effer/Kantner-problematiek. Beide formele verweren falen.
De uitspraak op rechtspraak.nl