Rb. Rotterdam 17 maart 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:1885

Tussenuitspraak Wmo huishoudelijke ondersteuning. De tarieven op grond waarvan de hoogte van het pgb is vastgesteld, zijn gelijk aan de tarieven die zijn vastgesteld voor het bereiken van de resultaatgebieden bij het verlenen van huishoudelijke verzorging in de vorm van zorg in natura. Er is dus geen wezenlijk verschil tussen het verlenen van huishoudelijke verzorging in de vorm van een pgb en het verlenen van huishoudelijke verzorging in de vorm van zorg in natura. Met verwijzing naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 18 mei 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1491, is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit onvoldoende inzicht verschaft in de vraag op welke concrete wijze invulling wordt gegeven aan het bereiken van een schoon en leefbaar huis, het kunnen beschikken over schone en draagbare kleding alsmede het kunnen beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften (eten/drinken) en hoe met het verstrekte pgb een als compensatie te kwalificeren resultaat van de huishoudelijke verzorging kan worden verkregen. Verweerder heeft geen onderzoek gedaan naar de problemen die eiseres ervaart bij het ontmoeten van medemensen en het aangaan van sociale verbanden. Er is geen wetenschappelijke onderbouwing voor het aannemen van een meerwaarde van een biologisch-dynamisch dieet in geval van reuma. Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat een maaltijdservice daadwerkelijk beschikbaar is voor eiseres. Niet is onderzocht of eiseres de voorziening financieel kan dragen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken