Rb. Rotterdam 20 februari 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:1706

Wft. Verzoek om voorlopige voorziening. De AFM heeft een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 5:20, eerste lid, van de Awb en bepaald dat het bestreden besluit openbaar wordt gemaakt als een dwangsom wordt verbeurd. Geen strijd met het territorialiteitsbeginsel. In reactie op het betoog van verzoeker met betrekking tot publicatie heeft de AFM zich op het standpunt gesteld dat niet gebleken is van een individuele, bijzondere situatie waarin het belang van de bescherming van de markt moet wijken voor het individuele belang van verzoeker. De voorzieningenrechter sluit niet uit dat de AFM zich terecht op dit standpunt stelt, maar is van oordeel dat van de AFM verwacht had mogen worden specifieker te reageren op de door verzoeker aangedragen argumenten dan zij heeft gedaan; de AFM heeft volstaan met een zeer algemene reactie. Dit gebrek in de besluitvorming kan de AFM in bezwaar herstellen, maar openbaarmaking van de naam verzoeker is onomkeerbaar. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening gedeeltelijk toe, schorst het bestreden besluit voor zover dat ertoe strekt dat bij het verbeuren van een dwangsom de namen van verzoeker en de onderneming openbaar worden gemaakt en verlengt de begunstigingstermijn van de last onder dwangsom tot en met 27 februari 2017. Het verzoek is voor het overige afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken