Rb. Rotterdam 23 december 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:9912

Het ligt op de weg van verzoekster om aannemelijk te maken dat zij een geslaagd beroep kan doen op artikel 1:16 van de Wft. Om te kunnen vaststellen of er sprake is van een vestiging of bijkantoor in Nederland, is concrete en gedetailleerde informatie nodig over de manier waarop de financiële dienstverlening van verzoekster is geregeld en over de samenwerking met andere partijen. verzoekster heeft deze informatie niet verstrekt. Dat verzoekster in het buitenland gevestigd is, betekent niet dat de AFM handelt in strijd met het territorialiteitbeginsel. Het onderzoek van de AFM heeft betrekking op de activiteiten van verzoekster in Nederland en haar samenwerking met derden die eveneens actief zijn in Nederland. Uit de openbare stukken blijkt dat de AFM contact heeft gehad met de buitenlandse toezichthouder. De AFM heeft met een verzoek tot geheimhouding stukken over haar contacten met deze toezichthouder overgelegd ter nadere onderbouwing hiervan. Aangezien dit verzoek door de rechter-commissaris van deze rechtbank is toegewezen en verzoekster de voorzieningenrechter geen toestemming heeft gegeven om mede op basis van deze stukken uitspraak te doen, kan de voorzieningenrechter niet controleren wat de AFM met de buitenlandse toezichthouder heeft besproken. Dit komt voor rekening en risico van verzoekster. De AFM was gelet op artikel 4:8, tweede lid, van de Awb niet gehouden verzoekster de gelegenheid te bieden tot het geven van een zienswijze. Last grotendeels rechtmatig, gedeeltelijk geschorst wegens onevenredigheid. Geen grond voor anonieme publicatie bij verbeurte dwangsom. Afspraken over wijziging tekst publicatie en verlenging begunstigingstermijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken