Rb. Rotterdam 22 november 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:8980
De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder bij het bestreden besluit niet heeft onderkend dat op grond van artikel 49, aanhef en onder b, van de Participatiewet de mogelijkheid biedt om bijzondere bijstand te verlenen indien daartoe zeer dringende redenen bestaan. Nu een uithuiszetting op korte termijn dreigt en gezien de feiten en omstandigheden geschetst onder de punten 2, 3, 6 en 7, is de voorzieningenrechter vooralsnog van oordeel dat zich zeer dringende redenen voordoen als bedoeld in artikel 49, aanhef en onder b, van de Participatiewet (vergelijk CRvB 23 januari 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BC4069).
De uitspraak op rechtspraak.nl