Rb. Rotterdam 13 oktober 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:7663
Boetes opgelegd aan concurrenten op het gebied van contractueel taxivervoer wegens gestelde overtreding van artikel 6 van de Mededingingswet. De tussen partijen gesloten samenwerkingsovereenkomst hield een structureel vormgegeven samenwerking en overlegstructuur in en bevatte een samenstel aan bepalingen, gericht op het behouden van bestaande contracten en posities op de markt. Overtreding van artikel 6 van de Mw. De relevante productmarkt is de markt voor aanbestedingen van contractueel taxivervoer. Niet is gebleken dat ACM in deze zaken een gedegen onderzoek heeft verricht naar de afbakening van de geografische markt. Een deugdelijke onderbouwing van het standpunt dat de geografische markt de regio Rotterdam is ontbreekt. Niet kan worden uitgesloten dat in deze zaken moet worden uitgegaan van een nationale markt, zoals in het besluit in de zaak Veolia-Transdev. Niet kan worden vastgesteld of de tussen partijen gemaakte afspraak de mededingen slechts in (zeer) geringe mate zou kunnen en beperken en/of partijen een beroep kunnen doen op de bagatelbepaling van artikel 7 van de Mw. De rechtbank is van oordeel dat ACM, gelet op het tijdsverloop en de te beoordelen periode, niet in staat zal zijn om het geconstateerde gebrek te herstellen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit tot boeteoplegging.
De uitspraak op rechtspraak.nl