Rb. Rotterdam 21 september 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:7231

Bestuurlijke boetes en publicatie vanwege een drietal overtredingen van de Wet handhaving consumentenbescherming gelezen in samenhang met de artikelen 6:193c, eerste lid, aanhef en onder g en slotgedeelte, 6:230r, eerste en tweede lid, en 6:193b, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek. De verweten gedragingen zien op het niet op juiste wijze en niet uit eigen beweging terugbetalen bij ontbinding van de koop of afstand en het verstrekken van misleidende informatie aan de consument ter zake van diens rechten. De voorzieningenrechter acht de overtredingen bewezen. Met ACM is de voorzieningenrechter vooralsnog van oordeel dat voor alle hiervoor vastgestelde gedragingen geldt dat die schade toebrengen of kunnen toebrengen aan de collectieve belangen van consumenten. Hierbij neemt de voorzieningenrechter met ACM in aanmerking dat deze samenhangende gedragingen voortvloeien uit een vaste gedragslijn van de onderneming. Dat door verzoekers meermaals is gesteld dat het voor de onderneming lastig was om aan de eisen te voldoen in die zin dat wanneer de consument niet uit eigen beweging zijn rekeningnummer opgaf het voor de onderneming te veel werklast veroorzaakte om zelf bij de consument navraag te doen, maakt niet dat ACM verzoekers verkeerd heeft voorgelicht over de verplichtingen die voor de onderneming voortvloeien uit het inroepen van een ontbindingsrecht door de consument. Geen schorsing van het boetebesluit en de publicatiebeslissing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken