ABRvS 6 februari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ0786

Boete van € 136.000,00 wegens overtreding van art. 2, lid 1 van de Wav. Bij uitspraak van 17 februari 2012 heeft de Rb. o.m. bepaald dat de boete tot nihil wordt gematigd en bepaald dat de uitspraak in de plaats van het vernietigde besluit treedt. Vennootschap heeft blijkens boeterapport zeventien vreemdelingen van Bulgaarse onderscheidenlijk Bulgaarse en Macedonische nationaliteit arbeid laten verrichten, bestaande uit schoonmaakwerkzaamheden, terwijl geen tewerkstellingsvergunningen waren afgegeven. Zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 31 oktober 2012 in zaak nr. 201202163/1/V6 (LJN: BY1723) is de minister op grond van het evenredigheidsbeginsel verplicht de opgelegde boete te matigen indien deze de beboete werkgever, gelet op diens financiële situatie, bezien in het geheel van de zich voordoende omstandigheden, onevenredig treft. Deze verplichting geldt ook indien de boete niet de oorzaak van die financiële situatie is. De Rb. is de minister dan ook terecht niet gevolgd in zijn standpunt dat, nu de boete niet de oorzaak van de financiële situatie van de vennootschap is, die financiële situatie geen aanleiding geeft de opgelegde boete te matigen. De enkele omstandigheid dat de vennootschap geen gebruik heeft gemaakt van een betalingsregeling betekent voorts niet dat de Rb. de boete ten onrechte heeft gematigd zoals zij heeft gedaan. Een betalingsregeling laat immers de hoogte van de boete onverlet. Indien de vennootschap van een betalingsregeling gebruik had gemaakt, zou dit dan ook niet zonder meer met zich hebben gebracht dat de opgelegde boete de vennootschap, gelet op haar financiële situatie, niet onevenredig treft. Daarmee heeft de minister ten onrechte geen rekening gehouden. Ongegrond beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen