Rb. Rotterdam 11 mei 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:3606
Vordering tot opheffing van een erfdienstbaarheid op grond van art. 5:78 sub a BW en/of art. 5:79 BW. Opheffing op grond van art. 5:78 sub a BW is uitgesloten, omdat de erfdienstbaarheid is gevestigd vóór 1 januari 1992 (art. 165 van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek). Ook geen opheffing op grond van art. 5:79 BW. Gedaagden hebben voldoende gemotiveerd gesteld dat zij een redelijk belang hebben bij het behoud van de erfdienstbaarheid. Er is ook geen misbruik van bevoegdheid. Subsidiaire vordering tot wijziging van de erfdienstbaarheid op grond van art. 5:78 BW wordt afgewezen. Eiser komt tot slot geen beroep toe op het verleggingsrecht als bedoeld in art. 5:73 lid 2 BW.
De uitspraak op rechtspraak.nl