HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:736
Overschrijding redelijke termijn (ORT). Art. 6 EVRM. Art. 13 EVRM. Stelplicht ter zake van immateriële schade bij schadevordering wegens ORT. HR 11 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX8360. Dient vordering wegens ORT in civiele procedure te worden ingesteld in een afzonderlijke procedure tegen de Staat? EHRM 11 september 2002, nr. 57220/00 (Mifsud/Frankrijk); EHRM 15 mei 2007, nr. 2115/04 (Depauw/België). Griffierecht. Art. 4, lid 1 en 2 Wet griffierechten burgerlijke zaken. Hoogte van vergoeding immateriële schadevergoeding. Richttermijnen voor redelijke duur? Onteigening; schadeloosstelling wegens vervallen erfdienstbaarheid (art. 44 en 59 lid 3 Ow). Maatstaf van art. 5:79 BW: verzet redelijk belang van rechthebbende zich tegen opheffing? Moeten daarbij andere belangen dan die van de gerechtigde worden betrokken?
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:188
- HR 7 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA2313
- HR 11 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX8360
- HR 10 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO5046
- HR 10 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO5087
- ABRvS 17 april 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI2283
- CRvB 26 januari 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH1009
- ABRvS 4 juni 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD3121
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens 8 juni 2006, ECLI:NL:XX:2006:AY5760
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens 29 maart 2006, ECLI:NL:XX:2006:AX7382
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens 26 oktober 2000, ECLI:NL:XX:2000:AD5181
- HR 12 april 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2035
- HR 14 oktober 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1483