Rb. Rotterdam 4 mei 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:3335

Eiseres heeft geen procesbelang bij haar beroep. Het bestreden besluit brengt met zich dat eiseres geen instemming nodig heeft als bedoeld in artikel 5.4 van de Telecommunicatiewet (Tw). In het kader van de Tw is dan voldoende dat over de aanleg van glasvezelkabels overeenstemming wordt bereikt met degenen op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 5.3 van de Tw. De rechtbank is van oordeel dat de handelwijze van eiseres na de zitting van 13 januari 2016 – die er uit bestaat dat zij ondanks haar onvoorwaardelijke toezegging het beroep in de hoofdzaak in te trekken dit heeft gehandhaafd, zonder dat sprake is van dwaling of bedrog of van rechtens relevante nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden nadien – zozeer indruist tegen de goede procesorde, dat de kosten die verweerder na de zitting van 13 januari 2016 in deze procedure heeft gemaakt het gevolg zijn van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht door eiseres.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen