Rb. Rotterdam 31 maart 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:3092
De rechtbank is van oordeel dat verweerder uit een oogpunt van een zorgvuldig en doelmatig gebruik van rechtsmiddelen en omwille van de rechtszekerheid van de andere partij omtrent hetgeen in geschil is, het betoog van misbruik van recht eerder naar voren had behoren te brengen. Dit betoog zal de rechtbank daarom wegens strijd met de goede procesorde verder buiten beschouwing laten. (...) Nu een door eiseres naar verweerder gezonden mutatieformulier niet is te beschouwen als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb, is eveneens geen sprake van een aanvraag als bedoeld in artikel 4:17, eerste lid, van de Awb. Van een niet tijdig geven van een beschikking op aanvraag als bedoeld in artikel 4:17, eerste lid, van de Awb, is daarom geen sprake. Verweerder heeft de verzoeken om een dwangsom terecht afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl