Rb. Rotterdam 7 april 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:2173

Boetes opgelegd door ACM aan handelaren die in de periode 2000 - 2009 actief waren op executieveilingen wegens overtreding van het kartelverbod van artikel 6, eerste lid, van de Mededingingswet. ACM heeft in deze zaak voldoende bewijs vergaard dat de conclusie kan dragen dat de handelaren zich op executieveilingen in de periode van 2000 tot en met 2009 zo hebben gedragen dat dit een schending van het kartelverbod van artikel 6 van de Mededingingswet oplevert. De gedragingen zijn, in onderlinge samenhang bezien, te kwalificeren als een één enkele inbreuk. De onderhavige één enkele inbreuk heeft een mededingingsbeperkende strekking. Beoordeling van het bewijs betrokkenheid. Toerekening van de inbreuk. Bevoegdheid bestuurlijke boete op te leggen. Boetegrondslag. Zeer zware overtreding. Ernstfactor passend. Matiging van de boete vanwege het feit dat de handelaar privé dan wel zakelijk behoorlijk financiële gevolgen hebben ondervonden van het jegens hem/haar genomen besluit, vooral door (de aankondiging van) het beëindigen van de bancaire relaties door de bank. Verlaging boete wegens overschrijding van de redelijke termijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken