Rb. Rotterdam 1 juli 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:4765

In deze mondelinge uitspraak overweegt een meervoudige kamer van de rechtbank ambtshalve het volgende. In artikel 1, tweede lid, aanhef en onder a, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen is bepaald dat dit besluit niet van toepassing is op de exploitanten van slachthuizen, bedoeld in bijlage II, secties II en III, van verordening (EG) 853/2004. Eiseres kwalificeert als een exploitant van een slachthuis, bedoeld in bijlage II, secties II en III, van verordening (EG) 853/2004. Haar inrichting is immers een inrichting voor het slachten en uitslachten van dieren waarvan het vlees bestemd is voor menselijke consumptie, zodat de inrichting voldoet aan de definitie onder punt 1.16. van bijlage I bij Verordening 853/2004. Naar het oordeel van de rechtbank valt het toezicht op en handhaving jegens exploitanten van slachthuizen onder de werkingssfeer van de Wet dieren. (...) Dit betekent dat artikel 2, derde lid, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen niet is overtreden en dat verweerder niet bevoegd was tot het opleggen van de bestuurlijke boetes. Voorts volgt hieruit dat de minister van Economische Zaken en niet verweerder bevoegd is tot enige handhaving indien artikel 3, eerste lid, van Verordening (EG) 2073/2005 en de daarbij behorende bijlage I door eiseres niet zou zijn nageleefd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen