Rb. Rotterdam 16 december 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:9897

Verweerder heeft de rechtbank verzocht om in een groot aantal beroepen van eiser, eigenaar en verhuurder van panden in Dordrecht, die honderden bezwaarschriften, handhavingverzoeken, beroepsprocedures, ingebrekestellingen en aansprakelijkheidsstellingen tegen de gemeente Dordrecht aanhangig heeft gemaakt, te bepalen dat deze beroepen niet-ontvankelijk zijn wegens misbruik van procesrecht. Verweerder heeft aanvragen van eiser buiten behandeling gesteld en/of bezwaarschriften tegen besluiten niet-ontvankelijk verklaard onder verwijzing naar het vonnis van de voorzieningenrechter van 21 maart 2013 (ECLI:NL:RBROT:2013:BZ4905). In dat vonnis is eiser verboden om zich meer dan 10 keer per maand met brieven, faxen of e-mails tot de gemeente te richten onder verbeurte van een dwangsom. De rechtbank is van oordeel dat de bestuursrechter een eigen afweging maakt of, en zo ja, wanneer en bij welke soort zaken een individuele toets van de beroepen aangewezen is. Verweerder miskent met zijn handelwijze dat in het civiele vonnis niet is bepaald dat de door eiser ingediende brieven, aanvragen, verzoeken en/of bezwaarschriften niet door verweerder in behandeling behoeven te worden genomen indien zij het aantal van tien per maand te boven gaan. De door verweerder thans in een groot aantal zaken gekozen weg van artikel 4:5 en/of 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht is onjuist omdat deze artikelen niet voor dergelijke gevallen zijn bedoeld. Geen sprake van misbruik van recht. Eiser heeft een geschil met verweerder over - samengevat - de wijze waarop eiser zijn panden gebruikt voor kamerverhuur in samenhang met de wijze waarop verweerder hiertegen optreedt. Eiser stelt zich dienaangaande ook steeds op het standpunt dat verweerder hem anders behandelt dan andere inwoners van de gemeente Dordrecht. De onderhavige klachten zien alle op aan wel derden verleende onttrekkings- en splitsingsvergunningen. Ongeacht de juistheid van de klacht is de rechtbank van oordeel dat eisers klachten over mogelijke ongelijke behandeling bij vergunningaanvragen vallen onder de behartiging van zijn zakelijke belangen. Door met toepassing van artikel 4:5 van de Awb de klachten van eiser buiten behandeling te stellen en op grond van artikel 6:6 van de Awb eisers bezwaarschriften niet-ontvankelijk te verklaren, heeft verweerder onjuiste toepassing heeft gegeven aan deze artikelen. Deze artikelen kunnen uitsluitend worden toegepast indien en voorzover sprake is van het niet voldoen aan formele vereisten die de Awb stelt. Daarnaast kunnen bedoelde artikelen uitsluitend worden toegepast indien de indiener de gelegenheid is geboden een aanwezig gebrek in de formele vereisten te herstellen. Gesteld noch gebleken is dat met betrekking tot eisers klachten en bezwaarschriften sprake is van formele gebreken. De primaire en bestreden besluiten ontberen dus een juiste grondslag als gevolg waarvan de bestreden besluiten niet in stand kunnen blijven. De beroepen zijn dus gegrond. De rechtbank ziet aanleiding om de rechtgevolgen van de vernietigde besluiten in stand te laten, omdat op grond van boek 9 van de Awb geen bezwaar openstaat tegen de afhandeling van een klacht, ongeacht de wijze waarop deze klacht is afgehandeld. De bezwaren van eiser zijn dus om die reden niet-ontvankelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken