Rb. Rotterdam 16 december 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:9866

Verweerder heeft de rechtbank verzocht om in een groot aantal beroepen van eiser, eigenaar en verhuurder van panden in Dordrecht, die honderden bezwaarschriften, handhavingverzoeken, beroepsprocedures, ingebrekestellingen en aansprakelijkheidsstellingen tegen de gemeente Dordrecht aanhangig heeft gemaakt, te bepalen dat deze beroepen niet-ontvankelijk zijn wegens misbruik van procesrecht. Verweerder heeft aanvragen van eiser buiten behandeling gesteld en/of bezwaarschriften tegen besluiten niet-ontvankelijk verklaard onder verwijzing naar het vonnis van de voorzieningenrechter van 21 maart 2013 (ECLI:NL:RBROT:2013:BZ4905). In dat vonnis is eiser verboden om zich meer dan 10 keer per maand met brieven, faxen of e-mails tot de gemeente te richten onder verbeurte van een dwangsom. De rechtbank is van oordeel dat de bestuursrechter een eigen afweging maakt of, en zo ja, wanneer en bij welke soort zaken een individuele toets van de beroepen aangewezen is. Verweerder miskent met zijn handelwijze dat in het civiele vonnis niet is bepaald dat de door eiser ingediende brieven, aanvragen, verzoeken en/of bezwaarschriften niet door verweerder in behandeling behoeven te worden genomen indien zij het aantal van tien per maand te boven gaan. De door verweerder thans in een groot aantal zaken gekozen weg van artikel 4:5 en/of 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht is onjuist omdat deze artikelen niet voor dergelijke gevallen zijn bedoeld. In het onderhavige beroep is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van misbruik van (proces)recht. Het afwegingskader van de Wob biedt geen ruimte voor beoordeling van de vraag of een verzoeker belang heeft bij het verkrijgen van de opgevraagde gegevens. Dit betekent dat verweerder bij een Wob-verzoek in beginsel slechts kan afzien van verstrekking van de gevraagde gegevens voor zover hiervoor weigeringsgronden in de Wob zijn opgenomen. Eiser heeft in diverse van de hier aan de orde zijnde Wob-verzoeken gemotiveerd aangegeven wat de reden is voor zijn verzoek. Deze reden heeft betrekking op - samengevat - de geschillen die eiser heeft met verweerder over in eigendom van eiser zijnde panden en eisers stelling dat sprake is van ongelijke behandeling van zijn vergunningaanvragen ten opzichte van die van andere aanvragers. Voordat verweerder kan concluderen dat eiser met het indienen van de betreffende Wob-verzoeken geen ander doel heeft dan het creëren van (extra) werk voor verweerder, zal dus moeten worden onderzocht in hoeverre de betreffende Wob-verzoeken slechts dat doel hebben en dus niet (tevens) tot doel hebben om eisers zakelijke belangen te behartigen. Door echter zonder meer te weigeren de Wob-verzoeken te behandelen zijn de besluiten niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand gekomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken