Rb. Rotterdam 31 oktober 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:9302
Cold case. Verkrachting en diefstal met geweld uit 1993. Tegelijk berecht met (orale) verkrachting uit 2014 waarbij het gepleegde geweld afzonderlijk was ten laste gelegd. Dit geweld is door de rechtbank als poging tot doodslag gekwalificeerd. Opgelegde straf: 7 jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. DNA-bewijswaarde aangetroffen spermaspoor. Verweer dat oudere broer van verdachte de dader kan zijn van de feiten uit 1993 wordt verworpen op basis van de statistisch bepaalde waarde van de kans op een identiek DNA-profiel bij broers die geen eeneiige tweeling zijn (1 op 3 miljoen) en de omstandigheid dat verdachte past in het (toen) door het slachtoffer opgegeven signalement van de dader en verdachte in die periode in Rotterdam (pleegplaats van de feiten uit 1993) woninginbraken pleegde. Idem DNA-bewijswaarde nieuwe zaak. Waardering sporenbeeld op beide slagvoorwerpen die volgens aangeefster waren gebruikt door verdachte. Vordering benadeelde partij civielrechtelijk verjaard, oplegging van de schadevergoedingsmaatregel is niet mogelijk omdat deze maatregel ten tijde van plegen in het arrondissement Rotterdam nog niet was ingevoerd. Afwijzing vordering tenuitvoerlegging omdat ten tijde van plegen van nieuw feit in januari 2014 het eerder gewezen verstekvonnis nog niet betekend was aan veroordeelde en hij niet op de hoogte was van de hem opgelegde voorwaardelijke straf.
De uitspraak op rechtspraak.nl