Rb. Rotterdam 17 april 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:2854

Aan een vennootschap onder firma zijn diverse boetes opgelegd wegens het telkens niet naleven van hygiënevoorschriften. Na schorsing van het onderzoek komen eiseressen met nadere financiële stukken. Verweerder verschijnt niet op tweede zitting en komt eerst na tweede zitting met reactie. Die wordt buiten beschouwing gelaten. Verweerder heeft kunnen afzien van horen in bezwaar, omdat eiseressen uitdrukkelijk waren verzocht hun betoog ter zake van het ontbreken aan draagkracht te onderbouwen. Gelet op de ernst en de verwijtbaarheid ter zake van de structurele overtreding van hygiënevoorschriften is de rechtbank van oordeel dat een substantiële boete op zijn plaats is. In beroep heeft toetsing ex nunc plaats van draagkracht. De rechtbank matigt het totaal aan boetes op de voet van artikel 4:46 lid 3 Awb wegens beperkte draagkracht tot de helft. Geen vergoeding van procesksoten in bezwaar, omdat eiseressen in hun zienswijze – hoewel daarom uitdrukkelijk was verzocht – geen volledige inzage in hun financiële positie hebben gegeven, zodat verweerder geen verwijt kan worden gemaakt dat hij de boetes heeft vastgesteld op de gefixeerde bedragen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken