Rb. Rotterdam 3 april 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:2273

“Kartel isolerend dubbelglas”. Rechten van verdediging. ACM had de volledige clementieverklaringen (die ook zien op andere glasproducten en/of een andere periode) dienen aan te merken als op de zaak betrekking hebbende stukken en had de verzoeken van eiseres II om deze stukken over te leggen moeten honoreren. De gevolgen van het feit dat ACM dat niet heeft gedaan, laat de rechtbank in het midden omdat zij van oordeel is dat ACM onvoldoende heeft bewezen dat eiseressen hebben deelgenomen aan de gestelde overtreding. De ongewenste sturende werking die de wijze van vraagstelling door ACM kan hebben, het onvoldoende onderzoek naar de betrouwbaarheid van de verklaringen door ACM in het licht van het eigen belang van de clementieverzoekers als belangrijke concurrenten van eiseressen en de verschillen in de clementieverklaringen, maken naar het oordeel van de rechtbank de betrouwbaarheid van de clementieverklaringen niet zodanig dat deze een minder precieze en minder nadrukkelijke bevestiging door andere bewijsmiddelen vergen. De verklaringen vinden verder onvoldoende precieze en nadrukkelijke bevestiging in de andere bewijsmiddelen van ACM. Voor zover ACM zou willen betogen dat de inbreuk is vast te stellen op basis van het marktgedrag van de betrokken ondernemingen is de rechtbank van oordeel dat eiseressen er in zijn geslaagd omstandigheden aan te tonen die een ander licht werpen op de door ACM vastgestelde feiten en een andere plausibele verklaring van de feiten bieden. ACM is niet bevoegd eiseressen een boete op te leggen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken