Rb. Rotterdam 30 mei 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:CA1590
DNB heeft de inschrijving van verzoekster in het register van pensioenfondsen als bedoeld in artikel 210 van de Pensioenwet (Pw) doorgehaald, omdat zij volgens DNB geen pensioenfonds is in de zin van artikel 1 en verder van de Pw en geen instelling voor bedrijfspensioenvoorziening in de zin van artikel 1 en verder van de Richtlijn 2003/41/EG. De voorzieningenrechter is in de eerste plaats met partijen van oordeel dat dit een besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Voorts acht de voorzieningenrechter het spoedeisend belang van verzoekster bij het treffen van een voorlopige voorziening aanwezig. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is DNB in beginsel bevoegd tot het doorhalen van verzoeksters inschrijving in het register als bedoeld in artikel 210 van de Pw. Het betoog van verzoekster dat DNB zich ten onrechte op het standpunt stelt dat verzoekster geen pensioenfonds is in de zin van de Pw slaagt. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl