Rb. Rotterdam 21 februari 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ3226
Bestuurlijke boete wegens niet handhaven rookverbod in horeca. Ontoereikende verwerping van het beroep op het gelijkheidsbeginsel. In stand laten van rechtsgevolgen. De rechtbank is van oordeel dat de nadere schets van de gang van zaken een toereikende weerlegging van het beroep van eiser op het gelijkheidsbeginsel of het verbod van willekeur vormt. De rechtbank acht het aannemelijk dat de toezichthouders van NVWA in zekere mate steekproefsgewijs te werk zijn gegaan en dat in ieder geval in de periode 2008 tot en met 2011 naast het café van eiser diverse andere ‘natte’ horeca-inrichtingen in Etten-Leur zijn gecontroleerd op naleving van de Tabakswet. Dat ingeval van een eerdere overtreding de kans op een hercontrole groter zal zijn dan een eerste controle ingeval nog geen overtreding is geconstateerd, acht de rechtbank op zichzelf niet strijdig met het gelijkheidsbeginsel of het verbod van willekeur, mits er - mede gelet op tegengaan van concurrentievervalsing - wel voldoende steekproefsgewijze controles plaatsvinden bij horeca-inrichtingen waar nog niet eerder een overtreding is geconstateerd. Ten aanzien van de jaren 2008-2011 meent de rechtbank dat de minister dienaangaande is gebleven binnen een redelijke beleidsmarge ter zake van het houden van nalevingstoezicht. Dat in 2012 slechts vier ‘natte’ horeca-inrichtingen in Etten-Leur zijn gecontroleerd op naleving van onder meer de Tabakswet en derhalve niet bij alle zeven door eiser genoemde cafés kan hier niet aan afdoen, reeds omdat die periode ruimschoots ligt na de datum waarop de thans voorliggende boete ziet. De minister was bevoegd een boete op te leggen naar het tarief dat geldt voor een vierde overtreding binnen vijf jaar nadat de eerste boete onherroepelijk is geworden. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat het rookverbod in de zin van artikel 11a, eerste lid en vierde lid, van de Tabakswet, vrijwel identiek is, zodat het blijkbaar gaat om ‘hetzelfde voorschrift’, dit nog daargelaten de vraag of bij die eerdere boetebesluiten terecht is aangenomen dat eiser als werkgever moest worden aangemerkt.
De uitspraak op rechtspraak.nl