Rb. Rotterdam 14 november 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:8911

Woningsluiting met toepassing van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet. Tegen de achtergrond van de parlementaire geschiedenis en gelet op het zeer ingrijpende karakter van een woningsluiting voor de bewoners acht de rechtbank van groot belang dat uitgangspunt is en blijft: een waarschuwing of een soortgelijke maatregel. Het sluiten van een woning kan geen regel zijn. Het aantreffen van een handelshoeveelheid drugs kan in beginsel de gevolgtrekking rechtvaardigen dat drugs, zo deze al niet in de woning worden verkocht, afgeleverd of verstrekt, dan in elk geval ‘daartoe aanwezig zijn’. Het gaat echter een redelijke beleidstoepassing - verre - te buiten, indien de aanwezigheid van die handelshoeveelheid vervolgens ook voldoende of nagenoeg voldoende wordt geacht om ‘een ernstig geval’ aanwezig te achten, op grond waarvan mag worden afgeweken van het uitgangspunt dat in beginsel met een waarschuwing of soortgelijke maatregel moet worden volstaan. Om van een dergelijk ernstig geval te kunnen spreken zullen – substantiële – bijkomende omstandigheden moeten worden vastgesteld. In het onderhavige geval ontbreken dergelijke bijkomende omstandigheden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken