Rb. Rotterdam 11 november 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:8845

Veroordeling voor mishandeling van twee jonge aan verdachtes zorg toevertrouwde kinderen. Rechtbank overweegt dat de uiterlijke verschijningsvorm van de bewezenverklaarde handelingen reeds met zich meebrengt dat de verdachte opzet moet hebben gehad op het toebrengen van pijn en/of letsel. Niet gesproken kan worden van een handelen van de verdachte dat vanuit opvoedkundig oogpunt zou kunnen worden verantwoord, ook niet in het licht van de culturele en religieuze achtergronden van de verdachte. Beroepen op vrijheid van cultuur en godsdienst afgewezen. De rechten van de kinderen op bescherming tegen kindermishandeling zoals onder meer vervat in artikel 19 IVRK dienen zwaarder te wegen. Beroep op psychische overmacht, wegens culturele en godsdienstige druk, afgewezen. Geen sprake van een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijs geen weerstand kon of hoefde te bieden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen