HR 11 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1404
Mishandeling (art. 300 jo. 304 Sr) en wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282 Sr) van zijn kinderen door vader uit Bunschoten-Spakenburg. Strafmotivering (gevangenisstraf van 2 jaren). Strafoplegging toereikend gemotiveerd gelet op strafmaatverweer? Verdediging heeft zowel bij behandeling zaak in eerste aanleg als in hoger beroep bepleit dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan voorarrest wordt opgelegd. Rb heeft, mede in reactie op pleidooi, uitvoerig uiteengezet op welke gronden zij tot oplegging van onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaren is gekomen. Hof heeft strafoplegging in zoverre bevestigd en tot uitdrukking gebracht zich met deze door Rb genoemde gronden te verenigen. Hof heeft strafoplegging daarmee niet onbegrijpelijk gemotiveerd en was niet gehouden tot nadere motivering. Daaraan doet niet af dat hof niet afzonderlijk is ingegaan op wat in h.b. voor het eerst naar voren is gebracht, i.h.b. over beroerte verdachte. Raadsman heeft in die beroerte slechts in algemene zin genoemd maar niet aangevoerd dat en op welke wijze beroerte beperking vormt voor ondergaan van detentie, terwijl over in h.b. ingebracht rapport niet meer naar voren is gebracht dan citaat waarin in algemene bewoordingen wordt gewezen op voor verdachte negatieve gevolgen van gevangenisstraf. Volgt verwerping. CAG: anders. Samenhang met 20/03617.
De uitspraak op rechtspraak.nl