Rb. Rotterdam 11 juli 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:5088

De beroepsgrond dat eiser de destijds ingediende WAO-aanvraag onder dwang van zijn voormalige werkgever en het voormalige GAK heeft ondertekend had eiser ook eerder kunnen en derhalve moeten aanvoeren bij de WAO-aanvraag of in de bezwaarprocedure tegen de eerdere besluiten op grond van de WAO. Eiser had dit in ieder geval in 2002 naar voren kunnen en derhalve moeten brengen. Dat eiser dit niet heeft gedaan omdat hij bepaalde documenten, zoals zijn werklijsten van 1999/2000 ter nadere onderbouwing van zijn beroepsgrond, nog niet in zijn bezit had, komt voor zijn rekening en risico. (…) Dat verweerder volgens de berekening van eiser een hoger maatmanloon had moeten vaststellen, had naar het oordeel van de rechtbank in de bezwaarprocedure aan de orde dienen te komen dan wel in maart 2000 toen eiser kennis had genomen van het besluit van 2 maart 2000. Het besluit van 2 maart 2000 is inmiddels onherroepelijk geworden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen