Rb. Rotterdam 2 juli 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:4788

Ongeldigverklaring rijbewijs voor alle categorieën, alcoholslotprogramma, vrachtwagenchauffeur, voorlopige voorziening De voorzieningenrechter stelt vast dat de ongeldigverklaring van het rijbewijs voor categorie C voor 24 maanden, een zware maatregel is. Daarbij is ook het geheel aan maatregelen dat op grond van de Wvw aan een bestuurder wegens alcoholmisbruik kan worden opgelegd, van belang. (…) Uit de formulering van de relevante regelgeving vloeit voort dat verweerder gehouden is om een ASP op te leggen, indien een ademalcoholgehalte is gemeten van 1,3 % of meer. Daarbij volgt uit artikel 132b van de Wvw dat het rijbewijs ongeldig wordt verklaard voor alle categorieën. Verweerder heeft geen ruimte om daarin een eigen afweging te maken. Ditzelfde geldt voor de rechter als hem in het kader van een beroep een dergelijk besluit wordt voorgelegd. Daarmee is de bestuursrechter weliswaar feitelijk en formeel bevoegd een besluit in beroep te beoordelen, maar niet in staat om daadwerkelijk te toetsen of het besluit, dat materieel gezien ernstig belastend is voor betrokkenen, in een concreet geval in overeenstemming is met geschreven en ongeschreven rechtsregels. De voorzieningenrechter wijst er op dat de strafrechtelijke ontzegging van de rijbevoegdheid vrijwel hetzelfde gevolg heeft als de bestuursrechtelijke (gelet op artikel 179 Wvw), maar dat de strafrechter in een dergelijk geval wel de omstandigheden en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte meeweegt bij het opleggen van een rijontzegging. Daarmee is de toegang tot de bestuursrechter in deze gevallen materieel veel beperkter dan de toegang tot de strafrechter, terwijl niet gezegd kan worden dat het karakter van de bestuursrechtelijke maatregel minder ingrijpend is. (…) Echter, ongeacht het antwoord op de vraag of de maatregel als zodanig niet in strijd is met rechtstreeks werkende internationale bepalingen, zal in het geval van verzoeker een eventuele belangenafweging niet in zijn voordeel uitvallen. Verzoeker heeft in het verleden reeds tweemaal (hoge) boetes opgelegd gekregen wegens overtreding van artikel 8, tweede lid, van de Wvw. Van deze derde overtreding, waarbij verzoeker na consumptie van ruim meer dan het toegestane hoeveelheid alcohol een motorvoertuig heeft bestuurd, kan verzoeker een ernstig verwijt worden gemaakt. (…) Gelet op het algemeen belang van verkeersveiligheid, is de voorzieningenrechter in dit geval het algemeen belang boven de belangen van verzoeker bij behoud van zijn rijbewijs gesteld mag worden. Hoewel het besluit ingrijpende gevolgen kan hebben voor verzoeker, is de maatregel daarom in dit geval niet onevenredig aan de met deze maatregel te dienen doelen. Er is derhalve geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen