Rb. Rotterdam 20 juni 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:4658

Desgevraagd heeft verzoekster uitdrukkelijk verklaard dat zij in deze voorzieningenprocedure voor zover het de last onder dwangsom betreft niet de rechtmatigheid van het bestreden besluit betwist en dat zij evenmin betwist dat inmiddels de begunstigingstermijn is verlopen en het maximale bedrag aan dwangsommen is verbeurd. Hier is dan ook uitsluitend in geding of AFM tot de openbaarmaking kan overgaan. Uit het voorgaande volgt dat hier als vaststaand moet worden aangenomen dat verzoekster zich verwijtbaar schuldig heeft gemaakt aan een misleidende handelspraktijk waarbij essentiële informatie in de zin van artikel 6:193d lid 2 BW ten onrechte niet is vertrekt aan de obligatiehouders. Volgens vaste jurisprudentie moet dan het uitgangspunt zijn dat de sanctie openbaar wordt gemaakt. De voorzieningenrechter ziet in hetgeen verzoekster heeft aangevoerd geen grond om te oordelen dat in dit geval aanleiding bestaat af te wijken van het uitgangspunt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen