Rb. Rotterdam 9 oktober 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:CA1214
Intrekking/herziening en terugvordering van bijstandsuitkering als gevolg van schending van inlichtingenplicht. Volgens verweerder voeren eiser en eiseres één huishouden in twee naast elkaar gelegen woningen waarvan de tussenmuren zijn doorgebroken, zodat zij eenmaal een uitkering berekend naar de norm voor gehuwden dienen te ontvangen in plaats van tweemaal een uitkering berekend naar de norm voor alleenstaande ouder. Huisbezoek. ‘Informed consent’ heeft bij eiser ontbroken, zodat sprake is van een inbreuk op het huisrecht als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het EVRM. In dit geval was echter een redelijke grond voor het huisbezoek aan eiser en eiseres aanwezig. Hetgeen is waargenomen en verklaard tijdens het huisbezoek kon dan ook aan de besluitvorming ten grondslag worden gelegd. De onderzoeksbevindingen zijn toereikend voor het standpunt dat eiser en eiseres hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben. Dat sprake is van twee verschillende huurovereenkomsten, twee aparte aansluitingen op de nutsvoorzieningen en de woningen afzonderlijk zijn geregistreerd maakt dit niet anders. De feitelijke woonsituatie is doorslaggevend. Op grond van het onweerlegbare vermoeden van artikel 3, vierde lid, aanhef en onder b, van de Wwb is sprake van een gezamenlijke huishouding. Door dit niet mede te delen, hebben eiser en eiseres de op hun rustende inlichtingenverplichting geschonden. Verweerder was dan ook bevoegd de bijstand van eiser naar de norm voor een alleenstaande ouder te herzien en de bijstand van eiseres eveneens naar de norm voor een alleenstaande ouder in te trekken en terug te vorderen/te verrekenen.
De uitspraak op rechtspraak.nl