Rb. Rotterdam 6 december 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BY5836

Dagvaarding ambtshalve partieel nietig verklaard, obscuur libel. Openbaar Ministerie ontvankelijk nu de materiele bepalingen van het ten tijde van het tenlastegelegde geldende - doch inmiddels vervallen - artikel 3 van de Wet inzake geldtransactiekantoren zijn overgenomen in de Wet op het financieel toezicht. Hierdoor is van een verandering in de wetgeving als bedoeld in artikel 1, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht, geen sprake. Beroep op eendaadse samenloop:197a Sr (gewoonte mensensmokkel); 234 Sr (voorwerpen voorhanden hebben om te vervalsen) 420ter Sr (gewoontewitwassen) en 417 Sr (opzetheling). Hoewel in het bewezenverklaarde sprake is van eenheid in tijd en plaats, faalt het beroep op eendaadse samenloop nu in de gemelde artikelen telkens verschillende belangen worden beschermd. Niettemin zou bij een weloverwogen keuze van het OM - in plaats van de uitgebreide wijze van tenlastelegging - niet tot andere straf hebben geleid, omdat bij beoordeling de aard en ernst van het feitencomplex voorop staat.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen