Rb. Rotterdam 20 september 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BX7991

Boete opgelegd wegens overtreding van artikel 6, eerste lid, van de Mededingingswet (Mw) door verdeling van de markt voorafgaande een openbare aanbesteding (bid-rigging). Naar het oordeel van de rechtbank is de overtreding geëindigd op of kort voor 7 april 2004, de dag waarop de aanbestedingsprocedure door de gemeente is beëindigd in verband met het vermoeden van overtreding van de Mw. De vervaltermijn als bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Mw is derhalve gaan lopen op 8 april 2004. Per 1 oktober 2007 is artikel 64 van de Mw gewijzigd en is de mogelijkheid van stuiting van de vervaltermijn ingevoerd. Het artikel heeft onmiddellijke werking, maar hieraan is geen terugwerkende kracht verleend. Tot 1 oktober 2007 konden naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen stuitingshandelingen worden verricht. Van een stuitingshandeling verricht na 1 oktober 2007 is geen sprake. Immers, tot de datum van de uitspraak van de rechtbank, 6 mei 2009, heeft verweerder het standpunt ingenomen dat betrokkene niet kan worden aangemerkt als (mede)overtreder. Nu de vervaltermijn niet (tijdig) is gestuit, was verweerder op 30 november 2009, de datum van het boetebesluit, niet (langer) bevoegd om betrokkene een boete op te leggen wegens overtreding van artikel 6, eerste lid, van de Mw.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen