Rb. Rotterdam 4 augustus 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BR4189
DNB heeft het pensioenfonds op de voet van artikel 171, eerste lid, van de Pensioenwet een aanwijzing gegeven die inhoudt dat het pensioenfonds in een vóór 18 januari 2010 in te dienen plan van aanpak, waaraan voor 14 mei 2010 uitvoering dient te worden gegeven, aangeeft hoe zij blijvend haar bedrijfsvoering, inclusief risico’s die samenhangen met beleggingen en uitbesteding, beheerst waardoor het pensioenfonds verplicht wordt de risico’s van (nieuwe) “exposures” te beheersen alvorens deze worden aangegaan. Gelet op de soort beleggingen en samenstelling van de portefeuille heeft DNB geoordeeld dat de liquiditeit van de portefeuille niet is gewaarborgd, dat hoofdzakelijk niet is belegd op gereglementeerde markten, dat bepaalde derivaten niet zijn gebruikt voor risicoreductie of doeltreffend portefeuillebeheer en dat sprake is van een concentratierisico. Het pensioenfonds heeft deze bevindingen niet danwel onvoldoende weerlegd. Gelet op een en ander staat vast dat het pensioenfonds artikel 135 van de Pensioenwet niet heeft nageleefd. De rechtbank is verder met DNB van oordeel dat het pensioenfonds niet beschikte over een afdoende procedure en over voldoende deskundigheid om de werkzaamheden van haar fiduciair vermogensbeheerder te kunnen beoordelen en dat zij de risico’s van haar beleggingsportefeuille niet goed kon bepalen. Daarmee is het pensioenfonds tekortgeschoten in de naleving van de artikelen 143 en 34 van de Pensioenwet. Hieruit volgt dat zij voorts niet voldeed aan artikel 132 van de Pensioenwet. DNB kwam daarom de bevoegdheid toe om toepassing te geven aan artikel 171, eerste lid, van de Pensioenwet.
De uitspraak op rechtspraak.nl