Rb. Rotterdam 26 mei 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BQ6210

Wegens overtreding van artikel 11.7, eerste lid en derde lid, aanhef en onder b, van de Tw zijn boetes opgelegd van € 150.000 en € 100.000. Eiser wordt verweten van 2004 tot 2009 ongevraagde commerciële emailberichten te hebben verzonden aan natuurlijke personen, zonder de ontvangers daadwerkelijk de gelegenheid te hebben geboden de communicatie te beëindigen. Eiser heeft emailberichten verzonden aan adressen uit in zijn bezit zijnde emailadressenbestanden. Enerzijds ter promotie van eigen verkoop/advertentiewebsites, waaronder een online reclamebureau, en anderzijds namens klanten van het online reclamebureau voor de mailingcampagnes van die klanten. De rechtbank verwerpt eisers standpunt dat het besluit niet zorgvuldig voorbereid is. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de door hem aangeleverde cd-rom niet de daadwerkelijk voor verzending gebruikte emailadressen bevat. Voldoende is komen vast te staan dat de berichten zijn verzonden aan natuurlijke personen. Voorts heeft verweerder zorgvuldig gehandeld door gebruik te maken van het door eiser opgegeven postadres. Het begrip verzender moet ruim worden uitgelegd. Eiser is terecht als verzender aangemerkt, zowel ten aanzien van de emailberichten ter promotie van zijn eigen advertentiewebsites, als ten aanzien van de emailberichten die hij namens zijn klanten van het online reclamebureau heeft verzonden. Eiser had (ook) in de verzending van deze laatste berichten een cruciaal aandeel. Hij heeft meer gedaan dan het door hem gestelde enkel ter beschikking stellen van een verzendsysteem. Hij leverde de software en de adressen waardoor hij feitelijk bepaalde aan wie de berichten werden verzonden. Eiser heeft niet aangetoond dat hij voorafgaande toestemming heeft gehad voor het verzenden van de emailberichten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen