Rb. Rotterdam 10 februari 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BP3910
Reggefiber Group en OGA willen gezamenlijke zeggenschap verkrijgen over GNA CV. Voor de totstandkoming van Reggefiber Group heeft verweerder (eerder) onder voorwaarden goedkeuring verleend (besluiten KPN-Reggefiber I en II). Dit heeft verweerder in het onderhavige geding bij de prospectieve analyse terecht als vaststaand gegeven aangenomen en vanuit dat gegeven de mededingingsrechtelijke effecten van de concentratie, zoals die is gemeld, bezien. Verweerder heeft daarbij vastgesteld dat de mogelijke mededingingsbelemmerende gevolgen van de zeggenschapsverkrijging in GNA CV al in de voorwaarden van de besluiten KPN-Reggefiber I en II zijn ondervangen. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat verweerder slechts dan voorwaarden kan opleggen als hij een mededingingsrechtelijk probleem constateert. Voor zover een dergelijk probleem reeds is ondervangen door de voorwaarden van de besluiten KPN-Reggefiber I en II, rust er in het onderhavige geval geen verdere taak op verweerder. Voor het wel geconstateerde mogelijke mededingingsprobleem heeft verweerder voorwaarden in het besluit opgenomen. Het beroep van eiseres richt zich daar niet tegen. Het argument van eiseres dat verweerder de voorwaarden, aangepast conform haar beroepsgronden tegen de besluiten KPN-Reggefiber I en II, integraal zou moeten opnemen treft, gelet op het voorgaande, geen doel.
De uitspraak op rechtspraak.nl