Rb. Rotterdam 13 januari 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BP1387

Met DNB is de rechtbank van oordeel dat de verwijzing in artikel 1 van het Besluit bestuursorganen WNo en Wob naar de taken en bevoegdheden van DNB ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Bankwet 1998 mede ziet op het toezicht uit hoofde van de Wtt. Hieruit volgt dat DNB met betrekking tot de opgevraagde dossiers van trustkantoren niet kan worden aangemerkt als bestuursorgaan in de zin van de Wob. Gelet op artikel 12, eerste lid, van de Wtt komt DNB evenmin de bevoegdheid toe om op grond van de Wtt zelf informatie een B en S te verstrekken. Nu de gevraagde gegevens op zich wel een bestuurlijke aangelegenheid betreffen en DNB is belast met het toezicht uit hoofde van de Wtt en voorts de Wtt zelf niet expliciet is vermeld in artikel 1 van het Besluit bestuursorganen WNo en Wob, is de rechtbank van oordeel dat de brief van DNB van 16 maart 2010 als een besluit moet worden aangemerkt. Gelet hierop had DNB het bezwaar ongegrond moeten verklaren in plaats van niet-ontvankelijk

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen