Rb. Rotterdam 9 september 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BR6537

Beroep van eiser tegen de intrekking van de aan eiser verleende vergunning als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft) en in het bijzonder tegen de aan de intrekking verbonden verplichtingen is ongegrond. Verweerder heeft op grond van artikel 1:104, derde lid, van de Wft de bevoegdheid bij de intrekking van een vergunning nadere bepalingen op te nemen ten aanzien van de afwikkeling van het bedrijf en heeft in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik kunnen maken. Artikel 1:21, aanhef en onder a, van de Wft bevat vijf cumulatieve voorwaarden en is op eiser, die bemiddelt in levensverzekeringen, alsmede schadeverzekeringen met een looptijd van langer dan vijf jaar, niet van toepassing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen