Rb. Rotterdam 12 augustus 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BN3937

Bij besluit van 9 april 2009 heeft verweerder eiseres voor gebruik van de werkzame stof chlorothalonil in de teelt van appels, wegens overtreding van artikel 22, eerste lid, van de Wgb, een boete van € 2000,00 opgelegd. Het zorgvuldigheidsbeginsel, zoals dat is neergelegd in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), brengt met zich mee dat eiseres zo spoedig mogelijk in kennis dient te worden gesteld van de resultaten van de analyse van het monster, om bijvoorbeeld op tijd een eigen deskundige in te schakelen om de juistheid en betrouwbaarheid van het onderzoek te kunnen betwisten. De rechtbank is van oordeel dat de voorbereiding van het boetebesluit onzorgvuldig is geweest, nu het resultaat van de analyse van het monster, dat is genomen op 1 juli 2008, eerst op 2 oktober 2008, zijnde drie maanden na het nemen van het monster, aan eiseres bekend is gemaakt. Door eiseres en de door haar naar de zitting meegebrachte deskundige is verklaard dat de resultaten van een analyse van een bladmonster normaal gesproken na één tot twee weken bekend zijn. Verweerder heeft dit niet betwist. Ter zitting heeft verweerder desgevraagd aangegeven niet te weten wat de reden is dat het resultaat van de analyse van het monster zo lang op zich heeft laten wachten. De rechtbank is van oordeel dat de lange tijdsduur voor rekening en risico komt van verweerder. Door het tijdsverloop is eiseres de mogelijkheid ontnomen om tegenbewijs te leveren. Zo had eiseres bijvoorbeeld zowel bij zichzelf als bij het naastgelegen perceel tijdig een monster kunnen laten nemen, om haar stelling met betrekking tot het inwaaien nader te kunnen onderbouwen, hetgeen nu niet meer mogelijk was. Hierdoor is eiseres in haar verdediging geschaad. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen