Rb. Rotterdam 12 juli 2007, ECLI:NL:RBROT:2007:BA9220

Vordering om gedaagde te verbieden een beschikking, waarin kinderalimentatie voorlopig is vastgesteld, te executeren op grond van artikel 826 Rv. Verliest een voorlopige voorziening betreffende de kinderalimentatie haar kracht op het moment dat de echtscheidingsbeschikking wordt ingeschreven? In het onderhavige geval is geen verzoek tot het treffen van een voorziening in het gezag gedaan. Desalniettemin verliest de voorlopige voorziening in het onderhavige geval haar kracht niet, nu in de echtscheidingsbeschikking een definitieve beslissing omtrent de kinderalimentatie op verzoek van partijen is aangehouden. De voorzieningenrechter acht het niet redelijk dat de voorlopig vastgestelde kinderalimentatie zou komen te vervallen, nu de bedoeling van partijen kennelijk een andere is geweest. Dat volgt ook uit feit dat eiser de kinderalimentatie aanvankelijk is blijven door betalen. Voorshands aannemelijk geworden dat een bodemrechter zal oordelen dat eiser gehouden is de bij voorlopige voorziening vastgestelde kinderalimentatie ook na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking te blijven voldoen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen