Rb. Rotterdam 11 juni 2007, ECLI:NL:RBROT:2007:BA7252
Nozema is afnemer van de infrastructuurdiensten van KPN en aanbieder van zendernetwerkdiensten aan radio-omroepen. Na concentratie van KPN en Nozema komen beide diensten in één hand. KPN en Nozema waren voorafgaande aan de overname geen concurrenten, zodat horizontale verbanden niet aan de orde waren. Verweerder moest dan ook slechts onderzoeken of de concentratie, als gevolg van het bestaan van bepaalde verticale relaties, zou kunnen leiden tot het ontstaan van of het versterken van een economische machtspositie met significante gevolgen voor de mededinging. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat het (door KPN) onherroepelijk afstand doen van het beheer van en de controle over de toegang tot (de betonnen onderbouw van) de betreffende hoge zendmasten, de verticale integratie van de infrastructuur - en zendernetwerkdiensten van partijen op het gebied van analoge FM-radio voorkomt, en daarmee de mogelijkheid voorkomt om andere transmissie-operators uit te sluiten. Daarmee wordt derhalve het mededingingsprobleem weggenomen. Als gevolg van de concentratie is geen sprake van versterking van een economische machtspositie. KPN is, voor zover voor deze concentratie van belang, door afstoting van de torens geen relevante speler meer als aanbieder van infrastructuurdiensten. De stelling dat Nozema over een machtspositie beschikte strookt niet met de bevindingen van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA) in haar besluit waarin wordt aangegeven dat blijkt dat de markt voor analoge FM-transmissiediensten daadwerkelijk concurrerend is en dat Nozema geen aanmerkelijke markmacht had. Voorts is niet aannemelijk gemaakt dat KPN over zodanig grote financiële middelen en zodanige knowhow beschikt dat als gevolg daarvan KPN/Nozema op de markt van FM-transmissiediensten over een economische machtspositie zou komen te beschikken. Het enkel verwijzen naar financiële reserves van de overnemende onderneming is immers onvoldoende om aan te nemen dat een machtspositie wordt versterkt. Onderdeel van de concentratie is de samenvoeging van de aandelen die KPN en Nozema elk houden in Digitenne Holding B.V. moedervennootschap van Digitenne B.V. Betoogd is dat KPN door de concentratie overwegende invloed krijgt op het gebruik van de door Digitenne verworven DVB-T vergunning. Uit de (vertrouwelijke) stukken komt naar voren dat Nozema al voorafgaand aan de overname afhankelijk was geworden van KPN als geldgever en als distributeur. Hierbij was het te voorzien dat deze afhankelijkheid zou voortduren in de nabije toekomst. Nu Nozema reeds voor de concentratie duurzaam afhankelijk was van KPN, komt de rechtbank tot de conclusie dat Nozema niet als gevolg van de concentratie duurzaam afhankelijk is geworden van KPN. Verweerder heeft op goede gronden besloten dat voor de onderhavige concentratie geen vergunning vereist is.
De uitspraak op rechtspraak.nl