Rb. Rotterdam 24 januari 2007, ECLI:NL:RBROT:2007:AZ6991

Een zeeschip is losgeslagen in de storm. Vervolgens is het schip in aanraking gekomen met steiger van gedaagde. Gedaagde lijdt daardoor schade en heeft beslag op het schip gelegd ter verzekering van haar verhaal. Eiseres vordert opheffing van het beslag en biedt garantie aan ter hoogte van de beperkte aansprakelijkheid. Voorshands geen feiten aannemelijk op grond waarvan een doorbreking van de aansprakelijkheidsbeperking mogelijk is. Bijzondere omstandigheden. Enorme omvang van de door gedaagde geleden schade, de korte tijd die zij heeft gehad om haar vordering te onderbouwen en de, in verhouding tot de schade van gedaagde, in het niet vallende schade die eiseres zou lijden als schip enige tijd niet zou vertrekken of enige aanvullende zekerheid zou moeten worden gesteld. Belangenafweging. Gedaagde krijgt twee weken de gelegenheid krijgt haar vordering te onderbouwen. Beslag biedt niet meer zekerheid dan nettowaarde van het schip. Het beslag dient te worden opgeheven als eiseres aanvullende zekerheid stelt tot de nettowaarde van het schip. Voorzieningenrechter heft beslag op, onder voorwaarde dat eiseres een garantie zal deponeren ten gunste van het beperkingsfonds en onder de voorwaarde dat eiseres een aanvullende garantie stelt voor een periode van twee weken. Over twee weken wordt bezien of aanleiding is voor aanvullende zekerheidsstelling op grond van de door gedaagde aangedragen feiten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen