Rb. Rotterdam 20 juni 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:AX9223

Het recht op vertaling van artikel 6 EVRM gaat niet zover dat alle stukken uit het dossier moeten worden vertaald. Het recht op kosteloze bijstand van een vertaler is, naast de procedure voor de rechtbank, ook van toepassing vanaf het moment dat verweerder besluiten ter zake van de oplegging van een boete neemt. Aangezien verklaringen die door Nederlandse partijen zijn afgegeven omtrent de gang van zaken in het kader van het Trilateraal Overleg een belangrijke rol speelden in de bewijsvoering van verweerder, kon deze niet volstaan met de vertaling van het rapport en genoemde besluiten, nu zonder de vertaling van deze verklaringen in het Duits, eiseressen onvoldoende kennis van de feiten die ten grondslag liggen aan de tegen hun gevoerde zaak hadden en onvoldoende in staat waren hun visie op die feiten te geven. Verweerder behoeft echter niet wat het recht op vertaling betreft tot heroverweging over te gaan, omdat eiseressen na kennisneming van de vertaalde stukken geen andere argumenten tegen het bestreden besluit naar voren hebben gebracht dan zij in hun beroepschrift of in de bezwaarprocedure al hadden gedaan. De afspraken inzake vangstbeperkingen en minimumprijs(garanties) die in het kader van het Trilateraal Overleg zijn gemaakt, vallen buiten de reikwijdte van Verordening 3759/92 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijprodukten en produkten van de aquacultuur. Verweerder kon tevens met voldoende zekerheid stellen dat artikel 2, eerste lid, van Verordening 26 inzake de toepassing van bepaalde regels betreffende de mededinging op de voortbrenging van en de handel in landbouwprodukten niet van toepassing was op het Trilateraal Overleg. Voorts heeft verweerder terecht geconcludeerd dat eiseressen artikel 81, eerste lid, van het EG-verdrag en artikel 6, eerste lid, van de Mw hebben overtreden. Gezien de niet heldere juridische context waarin de PO’s moesten opereren, kunnen de afspraken van het Trilateraal Overleg niet beschouwd worden als een zeer zware overtreding in de zin van de Richtsnoeren boetetoemeting van verweerder. Op eiseressen rustte echter een plicht om te onderzoeken in hoeverre de afspraken die zij maakten over vangstbeperkingen en prijzen geoorloofd waren. Nu niet gebleken is dat eiseressen nagegaan hebben of de afspraken van het Trilateraal Overleg op gespannen voet zouden kunnen staan met de mededingingsregels, moeten deze afspraken beschouwd moeten worden als een zware overtreding als bedoeld in de Richtsnoeren boetetoemeting van verweerder. Verweerder dient derhalve een nieuwe beslissing op bezwaar omtrent de hoogte van de boetes te nemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen