Rb. Roermond 20 maart 2012, ECLI:NL:RBROE:2012:BW0437
Eiseres is eigenaar van sport- en recreatiecentrum. Aan eiseres is over 2008 een aanslag verontreinigingsheffing oppervlaktewateren en over 2009 een aanslag zuiveringsheffing opgelegd. Eiseres is een tabelbedrijf. Het voor de verontreinigingsheffing oppervlaktewateren en zuiveringsheffing relevante aantal vervuilingseenheden dient te worden bepaald aan de hand van het ingenomen water. Eiseres heeft het standpunt ingenomen dat verweerder ten onrechte het ingenomen water dat door onvoorziene omstandigheden niet op de riolering is geloosd, niet op de hoeveelheid ingenomen water in mindering heeft gebracht. De rechtbank overweegt dat in de wettelijke regelingen voor tabelbedrijven er niet in is voorzien dat de hoeveelheid ingenomen water dient te worden verminderd met de hoeveelheid ingenomen, maar niet geloosd water. Ook uit doel en strekking van de wettelijke regeling voor tabelbedrijven volgt niet dat een dergelijke vermindering zou moeten plaatsvinden. Het forfaitaire karakter van de wettelijke regeling staat daaraan, naar het oordeel van de rechtbank, ook in de weg. De rechtbank is voorts van oordeel dat het feit dat er sprake is van één bedrijfsruimte niet betekent dat het complex voor de heffing van de verontreinigingsheffing en de zuiveringsheffing als één ondeelbaar geheel moet worden gezien. Verweerder mocht het complex dan ook onderverdelen in de onderdelen ijsbanen (klasse 1); de zwem- en badinrichtingen (klasse 4) en overige onderdelen, waartoe de horecagelegenheid en de sporthallen behoren (klasse 8). De door verweerder gemaakte onderverdeling van het complex kan de toets in rechte doorstaan. De diverse faciliteiten in het complex zijn immers zelfstandig te gebruiken. Het standpunt van eiseres dat het onbegrijpelijk is dat aan het afvalwater uit de douches en de sanitaire voorzieningen van de overige onderdelen van het complex een hogere vervuilingswaarde (klasse 8) wordt toegekend dan aan het afvalwater van de zwem- en badinrichtingen (klasse 4), terwijl de vervuilingswaarde van de douches en sanitaire voorzieningen van de overige onderdelen, aldus eiseres, niet afwijkt van de vervuilingswaarde van de douches en sanitaire voorzieningen van de zwembaden, ziet de rechtbank als bezwaren tegen de klassenindeling. Door middel van de onderhavige procedure kan eiseres echter niet bewerkstelligen dat een onderdeel van het complex in een andere klasse wordt ingedeeld. Op grond van artikel 4 van het Besluit vervuilingswaarde ingenomen water dient de heffingsplichtige hiertoe een aanvraag in te dienen om op zijn kosten aan de hand van meting, bemonstering en analyse de vervuilingswaarde per m³ ingenomen water vast te laten stellen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl