Rb. Roermond 13 februari 2008, ECLI:NL:RBROE:2008:BC4922

Uitspraak over boeteoplegging voor overtredingen van de Arbeidstijdenwet. De rb toetst: - aan het legaliteitsbeginsel (ten tijde van de overtreding waren deze beboetbaar gesteld op grond vn de toen nog geldende EEG-Verordening nr. 3821/85 van 20 december 1985); - de bevoegdheid tot boeteoplegging door de Directeur Bedrijfsvoering, ressorterend onder de Minister van Verkeer en Waterstaat; de uitzondering voor de bevoegdheid tot boeteoplegging indien een beboetbaar feit tegens een strafbaar feit oplevert (volgens de rb niet aan de orde en niet in strijd met artikel 6 EVRM); - aan het lex certa beginsel (geen strijd; voor zover verkeerde boetecatalogus is genoemd gerepareerd met artikel 6:22 Awb); - aan het vertrouwensbeginsel (geen grond om aan te nemen dat er eerst gewaarschuwd zou worden); - aan het zorgvuldigheidsbeginsel (vw niet verplicht de chauffeurs te horen; verklaringen van hen had eiseres kunnen inbrengen); - aan het proportionaliteitsbeginsel en evenredigheid; - artikel 10 van het EG-Verdrag.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen