Rb. Overijssel 7 oktober 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:6020

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het vastgestelde WIA-maandloon[1] (dagloon) waarop het UWV de hoogte van haar IVA-uitkering[2] heeft gebaseerd. Volgens eiser is het dagloon te laag vastgesteld. Hiertoe voert zij aan dat het besluit onevenredig is, omdat de berekeningswijze in haar situatie tot een resultaat leidt dat geen reële afspiegeling vormt van haar daadwerkelijke verdiencapaciteit en arbeidspositie op het moment van haar uitval. Ook heeft het UWV onvoldoende rekening gehouden met haar specifieke omstandigheden. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Om het welvaartsniveau vast te stellen is dwingend voorgeschreven dat niet bepalend is het loon dat werd genoten op het moment van intreden van het verzekerde risico (de ziekmelding), maar het loon dat daadwerkelijk is genoten tijdens de gehele referteperiode (het zogenaamde historisch dagloon). De door eiser naar voren gebrachte omstandigheden leiden niet tot de conclusie dat het bestreden besluit voor haar onredelijk bezwarend is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken