Rb. Overijssel 14 april 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:2031
Huurster heeft twee keer een woning van Welbions gehuurd. Inmiddels woont zij ergens anders. Welbions vorderde in de oorspronkelijke dagvaarding betaling van de huurachterstanden, schade, buitengerechtelijke incassokosten en rente. huurster is bij verstekvonnis veroordeeld tot betaling. Zij is tegen het verstekvonnis in verzet gegaan. De kantonrechter oordeelt dat het verzet tijdig is ingesteld. De oorspronkelijke dagvaarding van Welbions is openbaar betekend, maar had aan de werkelijke verblijfplaats van huurster moeten worden betekend, aangezien dit adres Welbions bekend was. Naar het oordeel van de kantonrechter is huurster echter niet onredelijk benadeeld in haar verdediging, aangezien zij in de verzetdagvaarding haar verweer heeft kunnen voeren. Tussen partijen staat vast dat huurster slachtoffer van de kinderopvangtoeslagaffaire is en dat voor haar op dit moment nog een “afkoelingsperiode” geldt op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen. Binnen deze periode kunnen schuldeisers hun bevoegdheid tot verhaal op of opeising van de goederen van huurster niet uitoefenen. Voor zover Welbions vorderingen op huurster heeft, kunnen deze dus niet worden toegewezen. Het verzet wordt daarom gegrond verklaard. Het verstekvonnis wordt vernietigd en Welbions wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen.
De uitspraak op rechtspraak.nl