Rb. Overijssel 28 januari 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:489
Partij A heeft bij de Gemeente een verzoek ingediend om handhavend op te treden tegen het gebruik van het trottoir door een restaurant in zijn woonplaats. De Gemeente heeft dit verzoek afgewezen, omdat partij A volgens de Gemeente geen belanghebbende is in de zin van de Awb en daardoor niet-ontvankelijk is. In de afwijzende brief heeft de Gemeente medegedeeld dat partij A geen bezwaar en beroep kan indienen tegen deze beslissing. In deze procedure vordert partij A dat de Gemeente alsnog handhavend optreedt op straffe van een dwangsom en dat de Gemeente de immateriële schade vergoedt die partij A door het handelen van de Gemeente stelt te hebben geleden. Partij A heeft een onrechtmatige daad aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd. De Gemeente stelt dat de kantonrechter niet bevoegd is om kennis te nemen van dit geschil, omdat partij A bezwaar en beroep kan instellen in een bestuursrechtelijke procedure. De kantonrechter is van oordeel dat zij bevoegd is om kennis te nemen van dit geschil. Zij verklaart partij A niet-ontvankelijk in zijn vorderingen in deze civielrechtelijke procedure, omdat hij tegen de beslissing van de Gemeente bezwaar en beroep kan instellen. Daarmee staat voor partij A een andere met voldoende waarborgen omklede rechtsgang open. In deze procedure is niet komen vast te staan dat partij A een bezwaarschrift heeft ingediend. De kantonrechter zal partij A verwijzen naar het college van burgermeester en wethouders van de Gemeente voor het maken van bezwaar, zodat hij alsnog in de gelegenheid wordt gesteld om een bezwaarschrift in te dienen.
De uitspraak op rechtspraak.nl