Rb. Overijssel 26 juni 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:4186
Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het zonder omgevingsvergunning realiseren van een opvanglocatie voor asielzoekers aan de Engellandweg te Dalfsen door het COA. Het college heeft het verzoek van verzoekers om daartegen handhavend op te treden afgewezen, omdat concreet zicht op legalisatie van de overtreding bestaat nu een omgevingsvergunning is aangevraagd voor de opvang die binnen afzienbare tijd kan worden verleend. Daarbij komt dat het belang van de opvanglocatie dermate zwaarwegend is, dat handhavend optreden onevenredig is, aldus het college. Verzoekers hebben daartegen bezwaar gemaakt. Volgens verzoekers is geen concreet zicht op legalisatie, omdat het college geen rechtmatige omgevingsvergunning kan verlenen. Ook zijn hun belangen ten onrechte niet meegewogen in het besluit om niet te handhaven. Verzoekers willen in deze procedure een voorlopige voorziening die neerkomt op het stilleggen van de realisatie van de opvang, om te voorkomen dat de situatie onomkeerbaar verandert voordat op hun bezwaar is beslist. Omdat het bezwaar van verzoekers naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen kans van slagen heeft – er is sprake van concreet zicht op legalisatie en het college mocht van handhavend optreden afzien – wijst zij het verzoek om een voorlopige voorziening af. Dit oordeel wordt hierna nader toegelicht.
De uitspraak op rechtspraak.nl